Ruud en Bien in Indonesie travel blog

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


We zitten inmiddels in ons hotel in Jogjakarta, midden Java. Wat een lekkere relaxte stad is dit. Wat direct opvalt is de laagbouw. Nergens wolkenkrabbers. Dat blijkt door de aardbevingen te komen die om de paar jaar voorkomen. Hier werkt de vulkaan de Merapi nog echt. Ook rijden hier fietsers rond, die we in Noord West Java praktisch niet tegenkwamen. Blijkbaar is de status van het hebben van een auto of scooter wat minder belangrijk hier. Kinderen fietsen in ieder geval vrolijk rond. Het verkeer is hier rustiger en de straten zijn smaller dan in Bandung en Jakarta.

Wat ook direct opvalt is dat je hier studenten rond ziet lopen. Het is een studentenstad met veel internationale studenten. Ik ben er inmiddels achter dat ze hier ook Indonesiërs van andere eilanden en zelfs van andere delen van Java, als buitenlanders beschouwen. Ieder met een heel eigen taal en cultuur. Daarom ga ik er vanuit dat iedere student hier in Jokja een soort buitenlander is. Gezellig voor Tim de Groot, die in het najaar hier een paar maanden gaat studeren.

We konden gisteravond in het straatje van ons hotel allerlei leuke restaurantjes vinden waar we naar toe konden lopen. Erg lekker en geen Nasi Goreng deze keer.

Vanmorgen rustig opgestaan voor ons doen. Half 9 in de bus richting Borobudur, een boeddhistisch heiligdom op 40 km ten noordwesten van Jogjakarta. Vanuit ons hotel in Jogjakarta is dat anderhalf uur rijden. We hebben nog wat foto’s onderweg gemaakt van de vulkaan die ver weg te zien was maar dat blijft lastig. Wel had onze reisleider de tijd om ons te vertellen dat telkens als de vulkaan uitbarst alles grijs wordt en dat alle planten en bomen doodgaan. In een paar jaar staan er dan weer metershoge bomen. De grond is hier zeer vruchtbaar en regen genoeg.

Het was eigenlijk de bedoeling dat we ons op het bezoek aan de tempel zouden kleden.

In ons reisgidsje had ik al gelezen dat mannen in Indonesië sowieso “wat formeler gekleed gaan dan wij als Nederlanders gewend zijn”. Nou leest niet iedereen zo’n gids maar voor mij is dat genoeg om de verdere vakantie in een lang broek te gaan lopen. Het is dan ook geen verrassing dat in onze groep de meeste mannen lekker in hun korte broek lopen en dat is prima geaccepteerd hier. Als toerist ben je zo makkelijk te herkennen en ze weten hier echt wel wie hun boterham smeert. Onze reisleider had gisteravond in de bus over de microfoon alleen nog wel gezegd dat we met onze kleding rekening moesten houden als we de tempel in gaan. Niet een hele heldere instructie, toegegeven, maar reden genoeg om even na te denken wat je uit de koffer trekt. De dames hadden het goed begrepen, geen blote schouders en een hoofddoek was niet nodig, dus zij zaten allemaal goed. De heren dachten waarschijnlijk ook dat ze wel goed zaten en de meeste kwamen vrolijk in shorts aan bij de ticketbalie bij de Burobodur. Geen probleem, ze kregen allemaal een sarong om. Blote knieën was niet de bedoeling. Uit solidariteit had onze lokale gids over zijn lange broek ook een sarong gebonden. Die deed hij later over zijn hoofd want we moesten in 30 graden nogal wat klimmen en het werd zelf voor hem wat warm.

Bij de Borobudur hadden we een lokale gids die ons met snelle pas enthousiast door het complex leidde. Hij vertelde dat de Borobudur is gebouwd in de periode 750 – 850 als boeddhistische tempel op de berg. De Borobudur heeft eeuwen verborgen gelegen onder as en begroeiing. Dat kon je ook wel zien aan sommige delen. Aanvankelijk deden de Nederlanders er ook niks mee. In de 19e eeuw hebben ze het samen met de Engelsen pas aangepakt. In de 20e eeuw is het met geld van Unesco helemaal gerestaureerd. Probleem was dat bij verschillende aardbevingen er telkens brokken van Boeddha’s en andere beelden naar beneden kwamen en dat die door de plaatselijke bevolking werden meegenomen. Hoe is niet helemaal duidelijk maar het is gelukt om een groot deel van deze gestolen ledematen weer terug te halen. Toen was het nog een grote puzzel om alles weer op de juiste plek te krijgen. Dat is bijna goed gelukt. Sommige beelden hebben inderdaad armen, een hoofd en benen, alleen staat het allemaal nogal raar op elkaar. De benen zijn regelmatig duidelijk van een ander beeld dan de armen, en ook het hoofd past vaak niet. Of een te lange nek, of helemaal geen nek. Maar goed, een kniesoor die daar op let. Wij hadden gelezen dat er een islamitische beeldenstorm was geweest in 1985, uitgevoerd door moslimextremisten. De gids wilde daar desgevraagd wel op ingaan. Allereerst waren het volgens hem maar 10 hele kleine bommetjes. En die zijn nog niet eens allemaal afgegaan. Hij liet ons zien waar die bommetjes wat schade hadden gemaakt. Hij wees op een paar kleine deukjes en krasjes in de stenen en inderdaad, bijna niks te zien. Overtuigend bewijs geleverd. Niks aan de hand. Hij vertelde ook dat er vroeger veel Hindoes en boeddhisten in dit gebied leefden. Niet zo gek, dachten wij, anders zou er geen kolossale boeddhistische tempel zijn gebouwd. Maar die waren volgens onze lokale gids allemaal verhuisd naar Balie omdat er hier niks meer te eten was. Interessante gedachte dat er wel Moslims zijn blijven wonen. Hadden die dan geen honger? Hij vertelde ook dat Hindoes en boeddhisten uit de hele wereld naar deze plek komen omdat ze het als een heilige plek beschouwen. Hij moest wel af en toe zijn verhaal onderbreken omdat er vanuit een moskee zeer vlak in de buurt een Iman door hoge speakers op het dak aan het brullen was. Als ik Hindoe of boeddhist was zou ik ook verhuizen denk ik.

In de middag zijn we nog naar het dorpje Candirejo geweest om een typisch Javaans dorpje te zien. We zagen hoe ze kroepoek maken van cassave en hebben een echte Javaanse lunch gehad. Het was wat zoeter dan we tot nu hebben gehad. Erg lekker. We werden rondgereden in traditionele andongs, paardenkarren met kleine felle paardjes ervoor, snel en wendbaar. Ons paard was nogal fel en we mochten hem niet aaien want hij kon bijten. Maar lopen deed hij wel hard en volgens mij vond hij lopen leuker dan stilstaan. We zijn door het dorp geracet, en kregen nauwelijks de mogelijkheid om naar al die vriendelijke glimlachende dorpelingen te zwaaien want we moesten ons goed vasthouden om niet van de wagen te vallen. We hebben nog muziek gemaakt met traditionele instrumenten onder leiding van een lieve juffrouw en samen met de dorpsjeugd hebben we Javaanse liedjes gespeeld. Altijd leuk. We kregen een aardig beeld van zo’n dorp, al was het dan wel voor de toeristen helemaal ingeregeld.

Entry Rating:     Why ratings?
Please Rate:  
Thank you for voting!
Share |