Oost-Afrika, januari tot juli 2009 travel blog


Hieronder het artikel uit het Nederlands dagblad van zaterdag 18 juli:



'We come from a healing culture'


De San zoeken hun zekerheid niet in bezit, zoals bij ons, maar in verhoudingen. Ze vormen gelijkwaardige netwerken, net als de samenleving waar wij op afstevenen. Deze verbanden onderhouden ze met een ingenieuze geefcultuur en door net zo lang te praten totdat conflicten geëgaliseerd zijn.

In zuidelijk Afrika wonen nog enkele honderdduizenden San, ze zijn de oudste nog levende loot aan de stam van het menselijk ras. We kennen‘de Bosjesmannen’ van hun excentrieke klik-taal en de manier waarop ze vuur weten te maken met twee houtjes. Leuk, maar wat kenmerkt deze eeuwenoude netwerkcultuur en heeft zij onze moderne cultuur nog wat te vertellen? Olga Bloemen en Hans Valkenburg gingen in Botswana en Namibië op zoek naar de waarden van de Sancultuur.



Bush Bush


Wie op reis gaat van Johannesburg naar Ghanzi, de zelfverklaarde hoofdstad van de San midden in Botswana, moet goed voorbereid zijn. Je reist dwars door de Kalahari Woestijn, ruim vier en een half keer Frankrijk met niets. Helemaal niets. Slechts één tankstation met een tweetal lodges verlichten de autorit van bijna duizend kilometer. We stoppen daar bij een kleine lodge midden in de bush bush. Na een ijskoude donkere nacht volgt een rit met, jawel, een snel naar het rood zakkende benzinemeter. Stress. Na uren langzaam rijden, met een hulpvolle Afrikaner - de blanke bewoners van zuidelijk Afrika met Nederlandse achtergrond - achter ons aan halen we het toch net tot Ghanzi. Een klein kaal dorpje, waar we op zoek gaan naar de San. Moeilijk is dat niet, want een groot bord vertelt ons precies dat we ze kunnen vinden bij de Ghanzi Trail Blazers. Een traditioneel Sandorpje onder bezielende leiding van een vriendelijke, spraakzame Afrikaner vrouw. De avond zou in het teken staan van een traditionele maaltijd en de Windhoek Lager in de gezellige maar koude bar. De ochtend daarop zouden we met de San te voet dat grote niets genaamd de Kalahari intrekken.



Planten, knollen en wortels


Terwijl de avondlijke gezelligheid in ons bloed nog aan het zakken is, rijst de zon alweer boven ons hutje. De woestijn is nog nauwelijks opgewarmd van de vriesnacht. Voor ons, gehuld in dikke truien, is de kou te dragen. De San, twee mannen, vier vrouwen, wachten ons een beetje rillend op in leren lappen. We volgen hen de woestijn in. Dorre planten en struiken, ze zien er allemaal hetzelfde uit. In onze ogen althans. Want onder de grond verbergen de planten een eindeloze rijkdom aan voedingsrijke en medicinale delen. Een iel stengeltje blijkt, na wat graven, aan een gigantische rode knol verbonden. Hier verven de San de huiden mee, als decoratie en ter bescherming. En als er genoeg kinderen zijn, kauwt de vrouw tweemaal daags op de knol, waarna haar menstruatie na vier maanden stopt, voorgoed. “Dat is het geheim van de vrouwen!” vertrouwt Sarali, de Engelssprekende gids, ons samenzweerderig toe. “Maar gezinsplanning gebeurt altijd in overleg met de echtgenoot hoor,” bezweert hij. Als we Sarali vragen wie nu echt de baas ‘in huis’ is, roept hij de drie ouderen in het gezelschap erbij. Na intensief geklik en gegiechel blijkt het de man. En binnen de clan? In hun nomadenbestaan is het de man, de jager, die voorop gaat op zoek naar potentiële nieuwe bestemmingen met water en veel game. Terug bij het kampvuur brengt hij verslag uit, waarna het overleggen begint. De hele clan moet op één lijn komen. En tegen die consensus kan zelfs de zeer gerespecteerde clanoudste, man of vrouw, niet op. Want ja, blijft hij koppig, dan blijft hij achter in de woestijn, alleen.

En hoe vindt de Bosjesman zijn vrouw? Opnieuw gelach. Na overleg vertelt de oudste vrouw ons dat in deze regio elke Sanjongen een echtgenote toegewezen krijgt door zijn ouders, vaak vlak nadat zij geboren is. Het koppel groeit zodoende samen op en delen hun leven, vaak eindigend met een eigen clan van kinderen en kleinkinderen.

Onze tocht vervolgt langs meer wortels en knollen en een bijna magische demonstratie van de ‘Bushmen fire’. Later die dag, terug in het dorpje bij het vuur, staren we de omringende leegte in. Die lijkt nu een beetje minder leeg. Als Sarali aanschuift om zich te warmen, vertelt hij ons meer over de cultuur waarin hij opgroeide.



Sancultuur


Hoe gaan de San om met tijd?

“Het idee dat je zo en zo oud bent, kennen wij niet. Wij zeggen bijvoorbeeld: ik ben uit het seizoen dat de paddenstoelen in overvloed waren. Zo kunnen we refereren aan geboortes of andere belangrijke gebeurtenissen, tot in de tijd van onze voorouderen.”

Hij vervolgt: “Onze voorouderen zijn belangrijk voor ons. Ze wijzen ons de weg, maar kunnen bij een verstoorde relatie ook tegen ons werken. Zodat wij bijvoorbeeld ’s avonds terugkeren naar het kamp zonder voedsel. Middels dans en zang rondom het vuur komen we dan met hen in contact en proberen wij de relatie met hen te herstellen of te onderhouden. Ook conflicten binnen de clan healen wij op die manier samen.”

Wat is de meest basale waarde van de San?

“Praten, praten, praten. Wij straffen niet, wij praten alles uit. De Sancultuur is een orale cultuur. Wij halen onze waarden uit generaties teruggaande verhalen en komen tot beslissingen en oplossingen door te praten. Wij kennen geen politici of politie, geen formele structuren. De clanoudste roept de partijen in het conflict bij elkaar en zorgt voor vergeving en verzoening. Deze minimale vorm van hiërarchie binnen onze clans ontstaat vanuit vertrouwen en diep respect, van jongeren voor een oudere of van mindere jagers voor de besten.”

Na een aantal dagen verlaten we Ghanzi en rijden we naar de groene en vruchtbare Caprivistrook, een noordelijke uitstulping van Namibië. Vanuit een wankele Mokoro - een boomstamkano - op de Okovango rivier wijst onze gids ons op de nijlpaarden en talloze vogels, maar ook op een nederzetting van San die uit het Caprivi Game Park zijn gezet. Jagen mogen ze niet meer, ze verbouwen nu wat gewassen op de heuvels net buiten het reservaat. Het prachtige landschap krijgt opeens een nare bijsmaak.

De reis voert ons vervolgens zuidwaarts verder de Okavangodelta in, naar het toeristische Maun. Daar woont de Nederlander Rein Dekker, voormalig programmadirecteur van Kuru en gepromoveerd op de Sancultuur. Bij een kop Rooibos thee gaat hij in zijn huiselijke kantoor in op onze vragen.

U werkt voor Kuru. Wat doet Kuru eigenlijk?

“Kuru betekent doen of maken. De gedachte is: wij doen het zelf. Kuru is een ontwikkelingsorganisatie van en voor landloze, arme San. Destijds zijn allerlei projecten als een leerlooierij en een werkplaats opgestart en deze projecten zijn toen onder één vlag gebracht: Kuru Family of Organizations. Wij houden ons bezig met de armoedeproblematiek. De politieke agenda hebben we bij andere organisaties onder gebracht.”



Slavenklasse


Waarom de San?

“Botswana is een land waar tot op de dag van vandaag de San als etnische groep niet erkend wordt. Ze bestaan niet. In Botswana zeggen ze dat ze niet aan apartheid doen en daarom wordt er geen etnisch specifieke informatie bijgehouden. Maar onder deze vlag wordt de rest eronder gehouden door een aantal dominantie groepen. San zijn de boerenknechten die vaak onder het minimumloon werken. De heersende groepen hebben uiteraard belang bij deze status quo, waarbij de San een onderklasse vormen. De titulatuur voor San in de lokale taal is ‘mensen zonder vee’. In Nederland zouden we zeggen: mensen zonder bankrekening.”

Dekker op indringende toon: “De vorige president van Botswana zei eens: ‘een Dodo kan niet overleven in de eeuw van de computer.’ Hij doelde daarmee op de San. Met andere woorden: pas je aan, anders sterf je uit! Er is hier dus een grote assimilatiedruk en veel verborgen discriminatie ten aanzien van deze oude etnische groep. Maar ik moet zeggen dat deze situatie wel aan het veranderen is. Recent is een rechtszaak tegen de overheid gewonnen waarbij het besluit om alle San uit het Central Kalahari Game Reserve te zetten door de hoogste rechtsinstantie in dit land nietig is verklaard. De uitspraak is echter tot op de dag vandaag nog niet geeffectueerd.”

Heeft de vorige president niet gelijk als hij stelt dat een Dodo niet kan overleven in het computertijdperk?

“Niemand zegt dat San moeten leven zoals ze honderden jaren geleden hebben geleefd. Maar wanneer je die mensen simpelweg hun identiteit afneemt creëer je een onderklasse. De San moeten zelf kunnen kiezen hoe ze hun leven willen vormgeven. Ze hebben het recht zelf te bepalen wat ze van hun oude cultuur willen behouden en waarin ze zich willen aanpassen. Zelfrespect is wat mij betreft dé voorwaarde voor zelfontwikkeling.”

Hoe zouden de San hun leven nu vorm kunnen geven?

“Een aantal zaken is belangrijk. Allereerst moeten de San toegang behouden tot hun land, zodat ze hun rituelen kunnen blijven uitoefenen. Het land is essentieel voor behoud van identiteit en daarmee het genoemde zelfrespect. Daarnaast moet de mogelijkheid blijven bestaan dat de ouderen hun cultuur kunnen overdragen aan de jongeren. De kinderen moeten de kans krijgen om te worden onderwezen in hun moedertaal, in een omgeving die vertrouwd voor ze is. Nu is het zo dat de San al vroeg uit hun omgeving gehaald worden en op een kostschool geplaatst worden waar ze alles moeten afleren wat hun eerst aangeleerd is. Zelfs hun naam dienen ze meestal te vergeten! Tenslotte moet er politieke erkenning van de San komen. Naast deze essentiële zaken zijn er ook simpele zaken als het erkennen en toetsen van traditionele vaardigheden als spoorzoeken en botanie, waardoor San formeel kunnen werken voor bedrijven die zich bezighouden met jacht, toerisme of geneeskunde.”



Soft Culture


Wat zijn de diepere waarden van de San?

“De San typeren zichzelf als soft people. Een man zei eens tegen me: ‘We come from a healing culture.’ San lossen zaken niet op door in conflict te gaan, ze praten zaken uit. Op deze manier worden verhoudingen geëgaliseerd. Onderzoek heeft uitgewezen dat San hier zeventig procent van hun tijd mee bezig zijn.”

Gebarend vervolgt Dekker zijn verhaal: “San woonden traditioneel in groepen van twintig tot zestig man in een gebied waar ze jacht en verzamelrechten hadden. Bijvoorbeeld van deze heuvel hier tot die stroom daar. De verbanden die de groepen met elkaar hadden waren fluïde en die werden in stand gehouden door een ingewikkelde geefcultuur. Deze geefrelatie werd niet gestipuleerd door tijd of hoeveelheid, maar door behoefte. Als mijn groep een tekort heeft aan wild, water of veldvoedsel (vruchten, knollen; HV) dan mag ik net zolang doorvragen aan een ander totdat onze relatie qua bezit gelijk is. Dit recht heeft elk individu en elke groep. Dit werkte natuurlijk heel goed in de Kalahari waar er in het algemeen voldoende was, met lokale tekorten. Door deze geefcultuur ontstond er een enorm netwerk van onderlinge verbanden.” Daarnaast geeft Dekker aan dat bescheidenheid een belangrijke waarde is voor de San. “Het eerste wat een jager deed als bij met zijn wild terugkwam van de jacht is de buit bagatelliseren. Je moest vooral niet denken dat je wat was. In het verlengde daarvan kun je je voorstellen dat besluiten altijd in consensus door de groep werden genomen. Er is geen hiërarchie onder de San, en man, vrouw en kind zijn gelijk. Het sociale leven speelde zich rondom het vuur af en daar werden zaken dus eindeloos doorgesproken totdat er een voor iedereen aanvaardbaar besluit was. Daarnaast werd daar gedanst en genezen.”

Genezen?

“Ja, en dit wordt nog steeds gepraktiseerd. De sjamaan gaat dan een heel pijnlijke weg van dans en rituelen hij neemt de ziekte over en schenkt zo aan iemand in de groep genezing. Hierbij raakt hij in trance en krijgt buitenlichamelijke ervaringen, visioenen van dieren en mensen of allerlei mengvormen. Dit zijn de figuren die je ook op de rotsschilderingen terug kunt vinden. Zij vormen als het ware het gordijn naar het transcendente. De sjamaan brengt zo de transcendente wereld bij de groep rondom het vuur en geeft die aan hun door. Een duidelijk aspect van hun healing culture.”

Een god kennen de San niet?

“Het besef van een hogere werkelijkheid is onderdeel van de Sancultuur. De sterrenhemel is het gezicht van God. En er is ook een soort duivel, een verknoeier. Maar dogma’s hieromtrent kennen ze niet. Iemand zei ooit eens: ‘het beschrijven van de Sancultuur is alsof je pudding aan de muur wil spijkeren. Het grootste kenmerk van deze cultuur is de fluïditeit ervan. Er zijn geen vastomlijnde kaders. Maximale flexibiliteit was een vereiste in de rauwe omgeving van de Kalahari. Alles wat je bezat was datgene wat je op je rug droeg en daarmee ging je op zoek naar hulpbronnen. Deze flexibiliteit is een essentieel onderdeel van de Sancultuur tot op de dag van vandaag en heeft ook hun kijk op God of godsdienst bepaald.”



Geefcultuur


Dekker ziet de San als een oercultuur. “Deze mensen zijn genetisch het oudste ras op aarde. Hun rotsschilderingen in zuidelijk Afrika dateren van duizenden jaren terug en sommige gravures zelfs van tienduizenden jaren.” Volgens Dekker zijn wij allemaal eens jagers en verzamelaars geweest. “Nu maken we deel uit van een pastorale cultuur. We creëren zekerheid door voorraad op de bouwen: vee, een huis, een bankrekening etc. Dat bepaalt onze manier van denken. San doen dat niet. Hun zekerheid zit niet in bezit maar in de verhoudingen, de geefcultuur.”

Volgens Dekker kunnen we nog veel leren van de San. “Ze wonen al duizenden jaren in de Kalahari zonder deze aangetast te hebben, voortkomend uit hun respect voor en één zijn met de natuur. Vergelijk dat eens met onze lifestyle! Daarnaast kennen ze een groepscultuur van vertrouwen waarin een ieder zijn rol heeft en waarin ze met elkaar tot oplossingen voor problemen komen. In plaats van een gebroken situatie te creëren door conflict, zoals wij dat kennen. Dit zijn heel belangrijke lessen voor ons,” aldus een overtuigende kenner van deze cultuur.

De San zullen hun levenswijze, die inmiddels ver van ons afstaat, wellicht verder moeten aanpassen aan deze tijd. Hun cultuur en waarden dienen echter behouden te worden, daar hebben zij recht op. Voor ons geldt dat wij terug moeten naar die waarden om te kunnen overleven in onze netwerksamenleving die geconfronteerd wordt met toenemende schaarste van hulpbronnen, een situatie waar de San al duizenden jaren mee dealen. We rijden van het huis van Dekker richting onze lodge. Kijken of ze eindelijk netwerk hebben daar en wij onze mail kunnen checken.



Olga Bloemen is student Antropologie aan de Universiteit van Edinburgh en Hans Valkenburg is freelance journalist en internationaal interim manager bij Tannhauser Interim Management



Entry Rating:     Why ratings?
Please Rate:  
Thank you for voting!
Bookmark and Share