Vrijdag 30 december - Maandag 23 januari
www.latortugafeliz.com
Na een nachtje in San Jose de volgende ochtend richting de caribische kust, naar het stadje Batan. Hier worden we opgehaald door Paul, een Nederlander die drie jaar geleden een stuk carribische kust heeft gekocht en hier nu voor het tweede achtereenvolgende jaar een schildpaddenoproject runt. Vanaf Batan is het project op 30 taxi-minuten en vervolgens 45 minuten met de boot gelegen op een schiereilandje. Doel van het project is de schildpad en haar eieren tegen de stropers te beschermen. Afhankelijk van het soort, er komen gedurende het jaar 3 soorten, zijn de eieren en het vlees een specialiteit en wordt de schild gebruikt om sieraden van te maken. Gedurende het seizoen verzamelen vrijwilligers o.l.v. een lokale gids de eieren en brengen deze over naar de 'broedplaats'. Deze staat tijdens het seizoen voortdurend onder toezicht en op het moment dat de eieren uitkomen worden de schildpadjes in de zee uitgezet.
Wij komen buiten het seizoen, behalve enkele zoetwaterschildpadden en een onfortuinlijk zeeschildpadje op sterk water hebben we dan ook geen schildpad gezien. De werkzaamheden bestonden uit het leegscheppen van de broedplaats, het schilderen van de cabinas en schoonhouden van het strand. Motto van het project was vrijheid, blijheid. Vele nieuwkomers, waaronder wij, moesten even wennen aan het ontbreken van een duidelijke structuur. Het was aan de vrijwilliger zelf om ervan te maken wat hem/ haar voor ogen stond. Vooor westerse begrippen was dit af en toe moelijk te begrijpen en leidde dit voor menigeen tot frustratie en onbegrip.
Doordat het diner om 17 uur reeds werd genuttigd begon de avond vroeg. Veel avonden werden aan de grote tafel pratend, lezend of kaartend doorgebracht. Gesprekken over Nederland, Groningen en Den Haag, cultuurverschillen, doel van het leven.
Aangezien er in het kamp geen elektriciteit was waren er weinig alternatieven voor de avond. Een optie was een drankje bij 'Mathilda' de plaatselijke baruitbaatster. Mathilda weet alles en deelde dit dan ook graag met een ieder die het horen wilde. Maar meestal werd het bed bijtijds opgezocht zodat de dag weer vroeg, rond 6 uur, kon beginnen.
Het waren heerlijke weken. De eerste twee waren zo snel voorbij dat we ons vertrek nog wat uitstelden. Maar wat wil je ook, door een klein overschot aan vrijwilligers (of een tekort aan slaapplaatsen in de cabina's) werden we verzocht om onze spullen te pakken en te verhuizen naar het WNF-huisje. Het WNF-huisje is er speciaal voor de zogeheten ecotoeristen die zo nu en dan het project komen bezoeken, maar niet komen vrijwilligen. Even groot als de 6-persoons cabina's, maar ingericht met een bank, een tafeltje met twee stoelen, een tweepersoonsbed en een eigen WC en douche. Dit aanbod hebben we maar niet afgeslagen. We hadden op het moment dat we in Ecuador waren al eens gekeken naar een huisje aan de Caribische zee voor een weekje, als een soort minivakantie in onze reis. Dit plekje had alles wat we nodig hadden, het mooiste verlaten strand en de zee op nog geen 100 meter van het huisje. Daarbij een stel gezellige mensen en goed eten. Wat wil een mens nog meer.
Zo werden twee weken drie weken. Na drie weken nogmaals verlengd. We hadden immers de krokodillentoer met Minor nog niet gedaan. De broedplaats was nog niet leeggeschept en er moest nog een laatste hand gelegd worden aan het opleuken van de cabina's. Inmiddels hadden we het steeds gezelliger met de mensen die er wat langer blijven. Robert, een Brit en Angelique en Marije, twee Nederlandse meiden. Marije zou gelijk met ons het project verlaten en dan andere twee blijven nog tot lang nadat de eerste leatherbacks op het strand zullen verschijnen.
De krokodillentoer was hilarisch. Minor, een van de locals, regelde dit. Het is een kleine eigenwijze man, die in het contact met mensen ietwat autistisch kan zijn. Vol verwachting wat die avond zou brengen gingen wij en Marije met hem mee. Hij had plaats voor vier mensen in zijn boot. In het donker liepen we op hoge snelheid door de begroeiing naast het strand. Daar wel al een keer een slang hadden gezien konden we ons niet voorstellen dat Minor op blote voeten liep, maar goed dat deed hij wel vaker. Aangekomen bij de lagune waar de krokodillen zich schuilhouden lag een klein bootje. We kregen ernstige instructies over de manier van instappen. Toen Marije haar eerste voet in het bootje zette snapten we waarom. Met ons vieren kwam het water tot de rand, en bij iedere beweging bewoog het bootje gevaarlijk. Nog spannender werd het toen de ogen van de eerste (bleek later) kaaiman (die eten geen mensen) oplichtten. Minor was wild aan het schreeuwen in rap Spaans, we snapten niet wat hij riep. Maar het klonk niet alleen als enthousiasme. Snel was het beest dan ook onder het wateroppervlak verdwenen. We bleken het licht van onze zaklampen voortdurend op de ogen van de dieren gericht te moeten houden, om ze zo te verblinden en te voorkomen dat ze weg zouden zwemmen. In de verte werden er weer twee rode ogen zichtbaar. Dichterbij gekomen bleek het een kaaimannen jong te zijn die Minor dan ook in een handomdraai in de boot had. Later mochten we kennismaken met een grotere variant, die gelukkig buiten de boot bleef. Na die avond, ons enthousiasme voor wilde dieren was door Minor niet onopgemerkt gebleven, kwam hij regelmatig het project op met een dier uit de bosjes. Een dunne lange groene slang moest eraan geloven en ook een ernorme leguaan kon niet uit de handen van Minor blijven. Maar de favorieten waren toch wel Rolf en met name Janssen, de twee labradors van Paul. Mark wist Janssen zo te positioneren dat de hond 's nachts voor onze WNF cabine sliep, bij hem op schoot sprong, zelfs in de hangmat, als Mark er om vroeg. Samen met Rolf vergezelden hij ons tijdens een lange wandeltocht langs het strand en tijdens het werken in de broedplaats. Bovendien liet Janssen zich wassen hoewel hij met geen mogelijkheid het water in te krijgen was (Wassen was dan ook hard nodig...).
Als afsluiting van ons verblijf op het project en natuurlijk voor de verjaardag van Robert organiseerden we een oer Hollands kinderfeestje. Robert zou de dag van ons vertrek 40 worden en dat konden we natuurlijk niet ongemerkt voorbij laten gaan. Na hem te hebben weggelokt van het project hebben we de boel versierd met ballonnen en de spelletjes voor die middag klaargezet. Het snoephappen werd kokosduiken, het blikgooien werd emmers werpen, de met-een-ei-op-een-lepel-estafette-lopen werd de knoflookrace en het koekhappen mocht ook niet ontbreken. Naast de vrijwilligers die er op dat moment waren deden ook de locals enthousiast met met de spelletjes. Het was een groot succes. Robert zei dat hij nog nooit zo'n leuk verjaardagsfeestje had gehad, en 's avonds had iedereen nog spierpijn in de wangen van het lachen.
Na een laatste spelletje kaarten was het tijd om te gaan slapen om de volgende dag licht geemotioneerd afscheid te nemen van La Tortuga Feliz.
Met dank aan Marije voor het mogen gebruiken van haar digitale camera.